De Hagenbeck-methode

In 1871 werd het Duitse Rijk gesticht. Daarmee verdwenen vele kleine Duitse staatjes. En met hen hun grenzen en douaneformaliteiten. Dankzij dat nieuwe Rijk konden kermisexploitanten makkelijker rondtrekken. De Duitse koloniale expansie na 1871 zette sommige exploitanten ertoe aan grootser te denken. Zoals industriëlen. Carl Hagenbeck uit Hamburg bijvoorbeeld begon in 1848 een kleine menagerie met zes optredende zeehonden. Hij was toen maar viér jaar! Tegen het eind van de 19de eeuw was hij wereldwijd de onbetwiste handelaar in exotische dieren. Hij ontwikkelde het idee van een beestenspul en Völkerschau (een tentoonstelling van allerhande inboorlingen) in één. Hij temde wilde dieren zonder daarbij geweld te gebruiken. Dit werd al snel bekend als de Hagenbeck-methode. Hij trad nooit in zijn eigen circus op. Maar Hagenbeck beïnvloedde wel veel circusdirecteuren. Hij verbeterde ook het concept van de dierentuin. Hagenbeck produceerde indrukwekkende exotische voorstellingen. Die hadden titels als Amazone Korps, Ceylon, Oost-Afrikaanse Karavaan en Indianenstammen. Hij bracht het gewone volk bij wat een koloniaal rijk inhield. Dit was een typisch Duits verschijnsel. Hagenbeck en andere impresario’s lieten de kermis voor wat die was. Hun voorstellingen vonden plaats in dierentuinen en andere ‘respectabele’ plaatsen. Ze deden goede zaken. Soms waren er wel 93.000 bezoekers per dag. Ondanks de felle concurrentie van dit soort voorstellingen, circussen en diergaarden bleef de kermis gewoon draaien. Vooral ‘kannibalen’, maar ook misbaksels, wangedrochten en zeldzame dieren bleven tot diep in de 20ste eeuw een populair verschijnsel op de Duitse kermissen.

Richard Sawade was een andere beroemde leerling van Hagenbeck. Hij werd later directeur van het Hagenbeck concern. Op deze foto uit 1997 te Kopenhagen genomen, zien we een groep aparte dieren waarvan hij er meer had.

Een belangrijke medewerker van Hagenbeck was Heinrich Mehrmann. Hij werkte er van 1892 tot 1895.

Wilhelm Philadelphia was een beroemde temmer en werkte omstreeks 1898 voor Hagenbeck. Hij werd later gedood door een olifant.

Rudolf Matthies, een andere leerling van de Hagenbeck methode, was een van de belangrijkste dierentemmers aan het begin van de 20ste eeuw. Hier zien we hem met twee van zijn tijgers in het circus van Hagenbeck in 1936.