Vervoer

Arme kermisexploitanten reisden vroeger te voet. De rijkere konden zich vervoer per boot of trein veroorloven. Tegenwoordig hebben de meeste kermisexploitanten eigen vervoer.

Door de eeuwen heen hebben kermisexploitanten zich op vele verschillende manieren verplaatst. Aan het begin van de 19de eeuw reisden de meeste te voet. Arme ondernemers trokken rond met hun kermistenten. Zij overnachtten meestal in logementen. Anderen konden zich een paard en wagen veroorloven. Welvarender ondernemers reisden per boot of trein. De spullen werden op het schip geladen, bij de volgende haven gelost en van daar naar de gewenste bestemming gereden. Rijke kermislieden verplaatsen zich in salonrijtuigen. Sommigen hadden zelfs een speciale keukenwagen. Heel wat van dergelijke woonwagens waren bijzonder weelderig ingericht.

Kermisexploitanten zijn erg vindingrijk: deze bus is omgebouwd tot een woonwagen. De foto werd omstreeks 1970 gemaakt.

Deze moderne woonwagen werd gebouwd in Bergantino (Italië).

Een familieportret.

Annie Holland voor het rijtuig met haar Palace of Light Cinematograph Show in 1908. Annie Holland was een van de tien vrouwen die in het begin van de 20ste eeuw de kermissen afging met een cinematograaf, de voorloper van de bioscoop. Die van haar werd beschouwd als de beste en de grootste.

Wat rijkere kermisexploitanten reisden per boot.

Jan van Morkhoven reisde eens per trein van Alexandrië naar Caïro in Egypte. De woonwagen van de familie staat op de linkse wagon.

“Vakantietijd is Felixstowe-tijd!” De Galloper Ride, een attractie van de familie Manning, ingepakt en wel op de kermis in Nottingham. De foto werd gemaakt in 1960.

Pat Collins reisde op grote wielen. De stoomkermis in White Waltham in 1964.

Tilburg in afwachting van de kermis, 1972.

Kermisattracties werden per auto, vrachtwagen, trein of boot van de ene naar de andere stad vervoerd. Dat gebeurt nu nog steeds, zij het dat de auto's en vrachtwagens met hun tijd meegaan.

Een winterse tragedie: Die letzte Fahrt Cocos (Coco’s laatste reis).

Kermisexploitanten vragen een verblijfsvergunning aan.

Veel mensen denken dat reizende kermisexploitanten onafhankelijk, thuisloos en vrij zijn. Maar vrijwel niemand moet meer certificaten, identiteitspapieren, licenties, referentiebrieven en vergunningen hebben. Neem Duitsland vóór 1871: dat was toen een confederatie van 39 onafhankelijke staten en staatjes. Voor kermisexploitanten betekende dat om de paar dagen grenzen passeren, geld wisselen, belasting betalen en vergunningen aanvragen! Autoriteiten waren soms bevooroordeeld ten opzichte van kermismensen. Dus het was het verstandigst je zo onderdanig mogelijk te gedragen. Zoals het gezelschap op deze afbeelding. Niet iedere kermisexploitant had een eigen wagen. Velen moesten in herbergen of hotels slapen. Wie een levendig beeld van die tijd wil krijgen doet er verstandig aan Ansiktet (Het Gezicht) te bekijken. Deze film van regisseur Ingmar Bergman, met in de hoofdrol Max von Sydow, uit 1958 is een heuse aanrader!

Onderweg.

Sinds 1888 is het bedrijf Dunton & Sons in het Engelse Reading beroemd om de koetsen en rijtuigen die het bouwt. Kermislui hielden halt op het kermistterrein tegenover het spoorwegstation van Reading en kwamen bij Dunton & Sons voor reparaties, of om een nieuwe woonwagen te bestellen. Het bedrijf had ook marskramers, paardenhandelaren en zigeuners onder zijn klanten. Kermisexploitanten en zigeuners gaan elk hun eigen weg, maar ze reizen allemaal in wat gewone burgers een zigeunerwagen noemen. Het exemplaar op deze afbeelding is een typische Dunton-wagen met schuin aflopende muren, een gebogen dak, grote wielen en schitterend houtsnijwerk. Het interieur van deze wagens was dikwijls verguld.