De meeste kinderen van reizende ondernemers hielpen hun ouders op de kermis. Daardoor liepen ze heel wat van hun schooltijd mis.
De meeste kinderen van kermisexploitanten misten een hoop onderwijs. Ze verlieten hun school dikwijls lang voordat het schooljaar er op zat, en ze keerden pas terug als dat al weer een paar maanden bezig was. De meeste hielpen hun ouders op de kermis. Zo staken ze natuurlijk heel wat op, maar echte scholing is toch iets anders. Sommige kermisexploitanten stuurden hun kinderen daarom naar kostscholen. Andere lieten hun kinderen achter bij pleegouders. In Engeland zorgen christelijke organisaties sinds 1870 voor onderwijs op de kermis. Nederland heeft een geheel eigen systeem voor kermiskinderen bedacht. In 1955 werden de Rijdende Scholen geïntroduceerd. Aanvankelijk waren die vrij eenvoudig, maar gaandeweg ontstond er een professioneel onderwijsinstituut. De Rijdende Scholen reizen gedurende het seizoen met de kermisexploitanten mee.Tegenwoordig geven ze les aan zo’n 350 kinderen in de leeftijd van 4 tot 14.
In de klas. Een gravure uit 1894.
Aan het eind van de 19de eeuw begonnen de verenigingen van kermisexploitanten te proberen beter onderwijs voor hun kinderen te regelen. Jammer genoeg is dat ook vandaag de dag nog dikwijls een probleem. Kinderen die met hun ouders meereizen bezoeken soms wel 25 scholen per jaar. De alternatieven? Bij familie blijven. Je door je ouders op en neer naar school laten rijden. Of een kostschool. Rijdende scholen zoals die op deze prent zijn in Duitsland een zeldzaamheid. Het idee van de Nederlandse Stichting Rijdende School is in Duitsland nooit echt aangeslagen.
Een onderwijzeres verwelkomt haar leerlingen.
Een van de oudste rijdende scholen in Nederland.
Het interieur van een rijdende school in Nederland.
Een klas voor hun rijdende school in Tilburg in 1979.
Een moderne versie van een rijdende school in 1989 in Nederland.