Vanaf het jaar 1000 ontwikkelde Europa zich in een razend tempo. De bevolking nam overal toe. De kerk was nog oppermachtig. Maar de maatschappij begon een voor ons herkenbare vorm aan te nemen. Onze moderne kermissen stammen uit deze periode.
In de 11de eeuw bijvoorbeeld ontstonden veel kermissen uit religieuze evenementen. Je moet daarbij denken aan de inwijding van een kerk. Of aan de overbrenging van relikwieën van een heilige. In die 11de eeuw zuchtte West-Europa onder de talloze plundertochten van de Vikingen. In 1066 vond de beroemde Slag bij Hastings plaats. Kermissen ontwikkelden zich in de 12de eeuw in een ras tempo. Ze trokken handelaren van heinde en verre aan. Maar ook acrobaten, kwakzalvers en muzikanten. In de 12de eeuw organiseerden heersers als keizer Frederik I Barbarossa en koning Richard Leeuwenhart kruistochten naar het Heilige Land. In de 13de eeuw ontstonden er speciale kermissen bij koninklijk privilege. Zo konden de machthebbers een graantje meepikken van de opbrengsten. In 1215 werd in Engeland de Magna Charta geschreven. Dat is een van de oudst bekende geschreven grondwetten. In de 13de eeuw veroverde Engeland Wales. In Italië was Genua een machtige stadstaat. Schuttersfeesten vormden de oorsprong van sommige kermissen in België, de Duitse staten en Nederland. In de 14de eeuw begon Venetië aan een indrukwekkende opmars. Engeland en Frankrijk waren toen verwikkeld in de Honderdjarige Oorlog. In de 15de eeuw ontstonden her en der spontane kermissen. Zo waren er de winterkermissen. Die werden gehouden op bevroren kanalen, stadsgrachten en rivieren. Dit was ook de eeuw waarin de Hanzesteden tot grote bloei kwamen.