Op de kermis kon je voor zo’n beetje alles terecht. Je kon je er van dat nare hoestje af laten helpen, of tegen de Grote Liefde oplopen.
Behalve voor allerhande praktische goederen kon je op de kermis ook terecht voor minder voor de hand liggende zaken. In deze tijd was er nog geen goede gezondheidszorg. Mensen kochten dus maar al te graag allerhande wondermiddelen. Daarvoor konden ze aankloppen bij kwakzalvers. Die werden ook wel charlatans genoemd. Ze reisden kermissen en jaarmarkten langs met medicijnen voor allerhande kwaaltjes. Je kon op de kermis ook tanden laten trekken en brillen laten aanmeten. Er waren zelfs reizende chirurgen. Wie zijn lot wilde weten kon binnenstappen bij een van de vele waarzeggers.
Tot op de dag van vandaag worden op de kermissen allerlei diensten aangeboden. Hier zien we de kraam van de handlezeres Rosehanna op de kermis in Sheffield in 2001.
Deze in een kek uniform gestoken, elegante charlatan weet hoe hij de aandacht van zijn publiek gevangen moet houden.
Het woord ‘charlatan’ komt waarschijnlijk van de Italiaanse stad Cerretano, waar veel reizende komedianten woonden, en het woord ciarlare. Dat betekent ‘kletsen’. Tot de 17de eeuw was een charlatan iemand die op kermissen en markten medicijnen en zalfjes verkocht. Ze trokken ook tanden en goochelden wat. De 18de eeuw was hun glorietijd. Sommige charlatans waren erg succesvol. Befaamde charlatanmedicijnen waren Thériaque en Orviétan. Orviétan was een uitvinding van een Italiaanse kwakzalver, die het naar zijn geboorteplaats Orvieto noemde. Hij had officiële toestemming om het spul te verkopen. Eeuwenlang kwamen mensen van heinde en verre naar Parijs speciaal om zijn wondermiddel te kopen. Charlatans, kwakzalvers en wonderdokters reisden zelden alleen. Ze huurden clowns, dierentemmers en muzikanten in. Het waren begaafde sprekers, die hele menigten in hun ban wisten te houden. Erg handig waren trouwens hun handlangers in het publiek. Die deden alsof ze op wonderbaarlijke wijze waren genezen door een van de middeltjes van de kwakzalver. Legendarische wonderdokters waren dokter John Case in Engeland, Mondor en Tabarin in Frankrijk, dokter Eisenbart en Theophastrus van Hohenheim in Duitsland en Beppo Balsamo in Italië.
Pieter Maes portretteerde deze dorpskermis uit de 17de eeuw.
Matthijs Naiveu legde deze kwakzalver op een kermis vast aan het eind van de 17de eeuw.
Mensen bestuderen een rarekiek op een Italiaanse kermis. Waarschijnlijk durven ze niet al te dichtbij te komen omdat de man rechts een slang aan het uitlaten is.
In de Middeleeuwen stond tandheelkunde nog in de kinderschoenen. Hier zie je een primitieve tandarts aan het werk. Dergelijke ‘medici’ hadden dikwijls een trompettist als gezel. Die moest op het meest pijnlijke moment zo hard mogelijk op zijn instrument blazen om het geschreeuw van de ‘patiënt’ te verdoezelen.