Dankzij de introductie van nieuwe krachtbronnen kon je steeds sneller rondzwieren.
In Engeland verschenen de eerste draaimolens in de 18de eeuw op de kermis. In Rusland gebeurde dat rond 1800 en in Italië omstreeks 1850. Een godsgeschenk voor de ontwikkeling van de carrousels was in de 19de eeuw de introductie van de stoommachine en nieuwe materialen als ijzer en staal. De eerste door stoom aangedreven draaimolen werd voor het publiek opengesteld in 1861, in het Engelse Bolton. Frederick Savage uit King’s Lynn bouwde tussen 1865 en 1888 door stoommachines aangedreven carrousels. In Nederland konden bezoekers voor het eerst in een stoomcarrousel in 1900, op de kermis van Wormerveer. De laatste stoomcarrousel in Nederland was eigendom van Laurens Janvier uit Bergen op Zoom. Jammer genoeg brandde die fraaie attractie af in 1955. In Duitsland waren stoomcarrousels een zeldzaamheid omdat de meeste exploitanten daar in de eerste helft van de 20ste eeuw rechtstreeks van paardenkracht op diesel overstapten.
We zien hier een motor gebouwd door de bekende Engelse constructeur Savage. Op deze afbeelding drijft de motor de schuitjes van P. Cole in 1960 aan. In feite waren stoommachines het hart van de attracties.
Hier zien we een Burell stoommachine nummer 3896. De machine werd ook wel ‘Earl Beatty’ = Graaf Beatty genoemd en dreef de schuitjes van Percy Cole in 1941 in Somerset aan.
De stoommachine beleefde een hoogtepunt aan het einde van de 19de eeuw. Toch waren bij de kermisexploitanten, ook na de komst van de dieselmotor, nog steeds stoommachines in gebruik. In de loop van de 20ste eeuw echter werden stoommachines niet langer op de reizende kermissen gebruikt. Tal van verenigingen ontstonden die zich bezighouden met het restaureren en onderhouden van oude stoommachines. Zij houden evenementen waar stoommachines in werking worden getoond. Er worden zelfs nog nostalgische kermissen georganiseerd waarbij de attracties met stoommachines worden aangedreven.
Een vroege stoommachine, Savage’s Switchback Centre Engine, rond 1890.
Deze prachtige stoomcarrousel werd gebouwd door J. W. Janvier uit Bergen op Zoom. Deze staat nu opgesteld in de Efteling.
Een Italiaanse stoomcarrousel op de kermis van Faenza in het begin van de 20ste eeuw.
Een reuzenrad in aanbouw. De foto is bedoeld om kopers van deze attractie te laten zien hoe het reuzenrad gemonteerd moet worden.
Reclamefolder van de draaimolenfabriek van Josef Hübner in Neustadt, met een afbeelding van diens ‘Dampfspringpferde-Karussel’. Exemplaren van deze attractie kostten destijds 35.000 tot 72.000 Mark. Zónder stoommachine. Er is ook een reuzenrad in aanbouw te zien.
Friedrich Heyn was de eigenaar van de grootste en belangrijkste Duitse producent van draaimolenpaarden. Heyns ‘Karusselpferde’ kon je overal op kermissen vinden.
Een van de attracties van Fritz Bothmann was de onderzeeër-carrousel.
De draaimolenfabriek van Fritz Bothmann bevond zich in Gotha.
De Gallopers op de kermis van Hull in 1994. In het Verenigd Koninkrijk kunnen kermisbezoekers nog steeds genieten van een ritje in deze stoomcarrousel. Het ding is meer dan een eeuw oud en wordt nog steeds door dezelfde familie geëxploiteerd.
Deze Engelse draaimolen heette ‘Wereldberoemd Gevogelte’. Een foto uit 1890.