Liedjes en muziek

Fluiten en trommels zijn nu niet meer te horen op de kermis, maar vroeger zorgden die voor feestelijke klanken.

Een ander onmisbaar element voor een kermis is muziek. De liederen en de tegenzangen van de middeleeuwse processies lieten grote invloed na in latere volksmuziek. In liedjes werden verhalen verteld, werd kritiek geuit op machthebbers of de liefde bezongen. Dikwijls waren er ook dansers, die hun bewegingen aanpasten aan de gelegenheid, de leeftijd van het publiek of aan het seizoen.

Straatmuzikanten in de 16de eeuw. De fluitist was waarschijnlijk de lichtste van het stel. Heel wat muzikanten waren ook getalenteerde entertainers en acrobaten. Men zal gedacht hebben: "Wie vandaag de dag wat geld wil verdienen, moet vreemde houdingen aannemen en elke dag een paar nieuwe deuntjes spelen."

Een groep muzikanten op de kermis in Leipzig.

Volksfeest in Cannstatt, herfst 1815. Het publiek luistert naar balladezangers. De vrouw vestigt met een aanwijsstok de aandacht op de plaatjes. Die illustreren de teksten die de man met het draaiorgel zingt. Mensen konden gratis luisteren. De balladezangers verdienden de kost met de verkoop van hun teksten.

De voorlopers van de Bänkelsänger (ballade- of rolzangers) waren de Zeitungssinger (nieuws- of krantenzangers). In de 16de en 17de eeuw waren die erg populair. Er waren immers nog geen kranten. Ze brachten liederen over misdaad en rampen. Ze verkochten ook pamfletten waarop de teksten stonden. In de 18de eeuw begonnen dagbladen aan hun opmars. Daardoor kwam de klad in de zaken voor rondreizende nieuwspresentatoren. Maar ze pasten zich aan de nieuwe situatie aan. Ze ontwikkelden een nieuwe stijl. Voortaan brachten ze Moritaten, liederen over jaloezie, moord, tragedie en tranen (bijvoorbeeld De Bruid van de Rover en De vader die zijn kinderen van de honger liet sterven). Ze zongen die terwijl ze op een bank (Bänkel) stonden. Vandaar de naam Bänkelsänger. Meestal waren de Bänkelsänger een duo, man en vrouw. Ze illustreerden hun liederen met grote, kleurige schilderingen op doek. Deze Moritatentafeln werden door beroepskunstenaars vervaardigd. Die werden per vierkante meter betaald. Sommige Bänkelsänger hadden meer dan vijftig van deze Moritatentafeln! De vrouw zong en wees de bijbehorende scènes aan. Na ieder couplet vertelde de man het verhaal nog eens. Het laatste couplet, de moraal, zongen ze met z’n tweetjes. Sommige van deze artiesten presenteerden per optreden vijf tot zeven schilderingen. Die werden getoond op een speciale stelling. Die kon wel drie meter hoog en tien meter lang zijn. Dit soort zangers verdween met de opkomst van de massamedia. De laatste traden in de jaren vijftig van de vorige eeuw op.

Deze jonge jongleur heeft meer aandacht voor de reusachtige fluit boven hem dan voor zijn rondtollende ballen.