Buitelingen en sprongen, gebarentaal en verhalen vertellen. Om mensen te vermaken was er niet veel meer nodig.
Geen middeleeuwse kermis zonder acrobaten en goochelaars. Er zijn heel veel documenten bewaard gebleven die ons laten zien wat voor een verscheidenheid er was aan artiesten en aan nummers. Dikwijls maakten de acts onderdeel uit van een verhaal ter lering en vermaak. In deze tijd verschenen ook de narren. Die waren acrobaat, goochelaar en wijsgeer tegelijk. De artiesten spraken zo min mogelijk omdat er destijds nog veel erg verschillende dialecten gesproken werden. Door zich toe te leggen op acrobatiek en goochelarij konden ze overal aan de bak.
De meeste koorddansers kwamen uit het Middellandse Zeegebied. Deze artiesten waren al een publiekstrekker in het Circus Maximus in het oude Rome. Vanaf de 17de eeuw traden ze in groepen op. Koorddansen was gevaarlijk. Sommige toeschouwers wachtten vooral op het ogenblik dat er iets fout ging.
Een goochelaar in volle actie. De eigenaar van de attractie achter hem wist wat een panorama was, maar niet hoe het te schrijven.
Pieter Maes portretteerde deze dorpskermis uit de 17de eeuw.
Acrobaten, koorddansers en slangenmensen in volle actie. Er is ook een harlekijn. Het ruitjespatroon van zijn pak is nog steeds in de mode bij komedianten, quizmasters en autoverkopers.
Acrobaten specialiseren zich in onnatuurlijke houdingen.
Circus-acts.